Ga het gewoon doen

Een gesprek met Zoë Gielen, marketing coördinator van Hall of Fame over hun PublicSpaces proces.

Foto: Hall of Fame

Door: Timo Nieuwenhuis

Hall of Fame, een PublicSpaces partner, heeft recent de Digitale Spoelkeuken toegepast om te kijken in hoeverre hun digitale tools de kernwaarden van PublicSpaces waarborgen. Zoë Gielen, marketing coördinator bij Hall of Fame, deelt met ons hoe ze deze methode hebben ervaren, en wat het ze voor kennis heeft opgeleverd.

Kan je kort vertellen wat Hall of Fame voornamelijk doet, en waar jullie voor staan?

De Hall of Fame is een cultuurfabriek, een grote speeltuin waar veel experimentele kruisbestuiving is tussen urban, cultuur en sport. Bij ons ontstaan nieuwe samenwerkingen, kunnen jongeren en niet-jongeren zichzelf ontwikkelen en ontdekken ze op een veilige en open plek wat ze leuk vinden. Hall of Fame is twintig jaar geleden begonnen door een groep jonge creatievelingen die een zwembad hadden gekraakt in Tilburg. Ze wilden een plek creëren om creatief bezig te zijn, feestjes te organiseren, kunstprojecten te starten en om te skateboarden.

Inmiddels zitten we gevestigd in een oud-industriegebied rondom het station van Tilburg. We hebben daar van de gemeente een plek gekregen zodat het gebied weer kan gaan bloeien met een groot skatepark, een concertzaal, en verschillende repetitieruimtes en danszalen. Daarbij is het een belangrijk onderdeel dat wij veel van wat er gebeurt in de Hall of Fame in samenwerking doen met de jongeren en de vrijwilligers. Er zijn ook verschillende samenwerkingen met andere partijen uit de stad. 

Foto: Hall of Fame – Ron Zuidgeest

Wat is jullie overweging geweest om partner te worden van PublicSpaces?

Het kwam voort vanuit Frederik Theuwis, sinds ongeveer anderhalf jaar de directeur van de Hall of Fame. Daarvoor werkte hij als projectmanager innovatie voor de bibliotheken van Noord-Brabant en Limburg. Daar deed hij  projecten die aansluiten op wat PublicSpaces doet. Hij heeft goed contact gehouden met de bibliotheken van Brabant en zo zijn we eigenlijk bij PublicSpaces terecht gekomen. Onze overweging om mee te doen is dat we het heel belangrijk vinden om open en transparant te zijn naar ons publiek. Ik vind de fysieke publieke ruimte wel vrij en transparant, daar worden geen reclames opgedrongen en je weet ongeveer wat er gebeurt met de informatie die je er uitspreekt. Ideaal zou het zijn als de digitale publieke ruimte ook op die manier zou werken.

We zijn een van de kleinste partijen die zich heeft aangesloten als partner van PublicSpaces. Dat betekent dat we wat minder mankracht hebben en ook zeker niet het wiel gaan uitvinden. Wel willen we heel praktisch gaan kijken welke stappen we nu al kunnen ondernemen om transparanter te zijn en de digitale publieke ruimte te verbeteren.

Welke overwegingen maak je als marketing coördinator over het gebruik van online platformen?

Dat is een interessante vraag waar wij ook tegenaan lopen. We zijn als kleine organisatie om ons publiek te bereiken vooralsnog afhankelijk van platformen zoals Facebook en Instagram. Het is dus de afweging welke aanpassingen we kunnen maken op een manier zodat we nog steeds ons publiek blijven bereiken. We kunnen niet ineens stoppen met Facebook en Instagram zonder een goed alternatief te hebben. Daarnaast is het als kleinere partij lastig om tegen ons publiek te zeggen: alleen voor ons ga je nu overstappen naar bijvoorbeeld Signal en PeerTube. Dus dat is ook niet iets wat wij zo één, twee, drie kunnen doen. We zitten nu met de vraag wat we nu al makkelijk kunnen veranderen, zodat we direct bezig zijn met verbeteren. Dit zonder dat het afdoet van het bereik dat we hebben opgebouwd. Het is heel belangrijk voor ons om het publiek te bereiken, maar we vinden het ook heel belangrijk om te kijken welke prijs het publiek daarvoor betaalt.

Hoe keken jullie vooraf naar de methode van de Digitale Spoelkeuken?

We waren eigenlijk al een beetje begonnen met de Digitale Spoelkeuken voordat we wisten van het bestaan. Dus ik moet zeggen dat wij toen niet heel strak de vragenlijst van de Digitale Spoelkeuken hebben gevolgd. We zijn daar een beetje op onze eigen manier mee aan de slag gegaan. Met de vijf kernwaarden van PublicSpaces waren Frederik en ik wel allebei bekend en die hebben we dus wel als uitgangspunten gebruikt. 

Hoe ging de Digitale Spoelkeuken jullie af?

We hebben contact gehad met een paar mensen na de PublicSpaces conferentie, waaronder Björn Wijers. Hij is met ons gaan kijken naar de inventarisatie, welke tools we gebruiken en voor wie die eigenlijk zijn. Daarnaast hebben we met hem gekeken waar wij als Hall of Fame het beste mee konden beginnen met die inventarisatie. 

Eerst zijn we gaan kijken naar de tools die wij intern gebruiken. Het eerste wat we super makkelijk konden veranderen was geen WhatsApp meer gebruiken binnen ons team. Dus toen zijn we overgestapt naar Signal. Vervolgens zijn we ook gaan kijken naar de platformen die we intern gebruiken. We gebruiken bijvoorbeeld Microsoft Office 365 en daar zijn ook alternatieven voor. Maar op dit moment is er niet echt een alternatief dat even gebruiksvriendelijk en betaalbaar is voor ons. Dus die overstap verschuiven we naar de langer termijn. 

Daarna zijn we gaan kijken naar tools die wij extern gebruiken. We kunnen zelf niet direct afstappen van sociale media. Daarom raadde Björn ons aan om ons publiek de optie geven om onze content op een veilige, open en transparante plek te bekijken. Dit kunnen we doen door alle content op onze website te plaatsen en de website vervolgens conform de vijf kernwaarden van PublicSpaces in te richten. Dan zetten we sociale media nog wel in, maar alleen als een soort voorportaal naar de volledige content op onze eigen site. We hebben bijvoorbeeld een podcast, deze staat op SoundCloud en op Spotify maar het publiek zou die ook op onze website kunnen beluisteren. Want op onze eigen website hebben wij controle over hoe we het inrichten en zo zouden we ons publiek de optie kunnen geven om de podcast op een veilige en transparante plek te consumeren. Dit is voor ons een interessante en ook realistische stap die we kunnen maken. 

Zijn jullie deze transitie ook al begonnen, sociale media slechts gebruiken als voorportaal ?

leveranciers in gesprek gegaan om te kijken of er mogelijkheden zijn. We zijn een gesprek aangegaan met zowel de beheerders van onze website, The Cre8ionlab, als met Stager, ons ticketing- en personeel planningssysteem. We hebben beide leveranciers over PublicSpaces verteld en hebben ze een aantal vragen voorgelegd. Dit kwam neer op een versimpelde versie van de Digitale Spoelkeuken vragenlijst. Zo zijn we eigenlijk gaan kijken naar de mogelijkheden en gaan onderzoeken hoe het nou eigenlijk zit met onze data en die van onze bezoekers’. 

Gaan jullie het communiceren met het publiek dat jullie bezig zijn met deze transitie?

We zijn daar nog niet zo ver mee. We hebben pas net die eerste gesprekken gehad en de eerste stappen gezet. Het is wel de insteek om niet alleen de transitie te doen, maar om het publiek ook erover te informeren. Mede omdat wij de Hall of Fame zien als een organisatie die ook een educatieve functie heeft. Het openbaar maken van die transitie  en onze redenen om dat te doen is namelijk ook heel waardevol voor onze jonge doelgroep. Bij hen zie je tweestrijd tussen zowel de afhankelijkheid van sociale media als ook de kansen die sociale media ze geeft. Dus ik denk dat ze ontvankelijk zullen zijn voor die informatie en het interessant zullen vinden om het te weten. 

Wat heeft de Digitale Spoelkeuken Hall of Fame opgeleverd?

Tot nu toe heeft het ons interessante inzichten opgeleverd. We kwamen er achter dat de leveranciers waarmee we hebben gesproken ook geïnteresseerd zijn in wat PublicSpaces doet. Beide partijen doen bijvoorbeeld niks met onze klantgegevens, deze zijn volledig in ons beheer. Daarnaast is het een inzicht dat we op onze website alleen functionele cookies hebben en dus geen Facebook pixels. The Cre8ionlab gaf ons verder de tip dat wij in plaats van Google Analytics ook enkel de server data kunnen gebruiken, waardoor wij zelf eigenaar blijven van de data. Verder viel het op dat allebei de partijen ervoor open staan om echt mee te denken. Het was leuk om te zien dat het geen eenmalig gesprek is en dat ze mee willen blijven denken.

Ten slotte heeft het ons ook vooral  een basis gegeven om vanuit verder te kijken. In eerste instantie denk je ‘hoe kan je ooit helemaal transparant en open zijn?’. Maar je moet gewoon ergens beginnen. Door er mee bezig te zijn zie je steeds meer kleine dingen die je direct kan aanpassen. Het heeft ons echt aan het denken gezet en gemotiveerd om ook meteen kleine dingen door te voeren en ermee aan de slag te gaan en het te vertalen van iets theoretisch naar iets in de praktijk.

Wat is het meest waardevolle inzicht dat jullie hebben verkregen door de Digitale Spoelkeuken?

Ik denk dat als je het allemaal onder elkaar gaat zetten, het je vooral inzicht geeft in wat voor tools je gebruikt.  Plus dat je gaat nadenken wat voor data die tools verzamelen en hoe transparant die tools zijn naar de gebruiker. Dat is wel echt een ‘eye opener’. Het geeft je veel meer inzicht in wat je allemaal doet. Verder hebben we ook interessante contacten opgedaan. Want kijk, wij gaan als de Hall of Fame niet het nieuwe internet uitvinden. Het is gewoon heel fijn dat wij als een wat kleinere organisatie mee kunnen liften met  mensen die er onderzoek naar doen en er verstand van hebben. Op die manier kunnen we het dan ook beter doen voor onze doelgroep.

Welke tips kan je meegeven aan organisaties die hun digitale tools door de Digitale Spoelkeuken willen halen?

Nou begin gewoon, ga het gewoon doen. We hebben het op onze eigen manier gedaan, maar we hebben natuurlijk wel de waarden van PublicSpaces als uitgangspunt gebruikt. Wanneer je minder mankracht hebt moet je het doen op een manier die waardevol is voor jouw organisatie. Voor ons was dat kijken naar wat haalbaar en realistisch is om aan te pakken. Daarnaast was dit ook niet alleen een oordeel geven over een tool aan de hand van de vragen, maar was dit ook het gesprek aan gaan met de leverancier van de tool. Want wie weet willen ze wel graag met je meedenken en dat is natuurlijk veel waardevoller. Dit kwam niet voort uit de vragenlijst van de Digitale Spoelkeuken, maar ik zou dat toch zeker aanraden. Ga ook het gesprek aan met de partijen waarmee je werkt.

Wil jij ook jouw digitale tools spoelen?

Ben je als publieke organisatie benieuwd geraakt naar de digitale spoelkeuken of wil je direct aan de slag met het spoelen van jouw digitale tools? AAN DE SLAG: met het stappenplan van de digitale spoelkeuken.

Wil je toch nog eerst meer lezen over het initiatief, lees dan ons verdiepende interview met Geert-Jan Bogaerts. De Volkskrant interviewde Geert-Jan Bogaerts ook over de Digitale Spoelkeuken methode en hoe hij dat heeft ingezet bij de VPRO. Lees dat interview hier: ‘VPRO-initiatief probeert internet te heroveren op Big Tech: ‘Ons doel is het web hygiënischer te maken’.

Over Zoë Gielen

Zoë Gielen werkt sinds een aantal jaar als marketing coördinator bij de Hall of Fame. Daarvoor studeerde ze communicatie en volgde ze de Master Art, Media & Society aan Tilburg University. Tijdens deze studies groeide haar interesse in de online publieke ruimte en de effecten van digitalisering en nieuwe media. Dit neemt ze nu mee in haar werk en in het samenwerkingsproces met PublicSpaces.

Gerelateerd