Door: Amy de Ruijter

Nu de culturele sector haar deuren weer mag openen, staan nog niet alle bezoekers te springen om weer naar binnen te mogen. De interesse voor hybride evenementen is groter geworden. Hoe houd je een evenement leuk voor zowel de online als de fysieke bezoeker, en welke platformen zijn er te gebruiken? Drie organisatoren van hybride evenementen vertellen.


Lilian Stolk richtte in 2016 The Hmm op. Met het publiceren van onderzoeksdossiers en het organiseren van evenementen proberen ze het internet beter te begrijpen.

Wat is The Hmm?

We dachten dat het fysieke element essentieel was voor onze evenementen. Het is immers een goede manier om even afstand van het internet te nemen. Toen dat door de coronacrisis niet meer mogelijk was, werd het duidelijk dat het internet de enige oplossing was. The Hmm heb ik samen met Evelyn Austin opgericht. Zij is nu directeur bij digitale burgerrechtenorganisatie Bits of Freedom. Het kritisch zijn op de machtsverhoudingen van het internet zit dus in ons DNA: niet alleen in de onderwerpen die we bespreken, maar ook in de tools die we achter de schermen gebruiken. Open source-alternatieven liggen bij ons voor de hand.

The Hmm is een platform voor internetcultuur. We houden ons bezig met zowel de technische, politieke kant alsook de culturele kant van het internet. Denk aan ontransparante machtsstructuren aan de achterkant, online gedrag, internettrends en de invloed die dat heeft op de samenleving. De kern van onze organisatie is het organiseren van evenementen. Sinds 2020 is dit meer uitgebreid met onderzoek: hiervoor hadden onze evenementen veel sprekers met verschillende verhalen, van activist tot kunstenaar tot mensen met een gekke internetfascinatie. Het was leuk om het internet op die manier te verkennen, maar we misten diepgang. Nu organiseren we avonden met een bepaalde focus: een paar sprekers presenteren één onderwerp. Voorafgaand aan zo’n avond publiceren we een online dossier ter voorbereiding daarop.

Toen we onze evenementen naar het internet moesten verhuizen, voelde het dan ook raar om één platform te kiezen: niet alleen qua data, maar ook qua sfeer. Ons eerste evenement vond plaats op vijf verschillende platformen. Op die manier konden we goed vergelijken hoe de presentaties per medium verschilden en wat er qua interactie met het publiek mogelijk is. Er bleek bijvoorbeeld een troll aanwezig te zijn op één van de platformen, maar diens camera of microfoon werd niet aangezet. In een fysieke ruimte kan natuurlijk ook iedereen opstaan, maar dat gebeurt niet zo snel.

Naar aanleiding van dat experiment hebben we voor het tweede evenement een eigen livestreamplatform gebouwd in samenwerking met het collectief Hackers & Designers. Dit is een platform dat aan al onze eisen voldoet: je hoeft niets te downloaden of in te loggen om mee te chatten, het is zo simpel als een linkje openen. Een aantal elementen die we belangrijk vonden hebben we ingebouwd. Zo maken we gebruik van een externe dienst die de livestreams verzorgt, waar we voor betalen in plaats van onze data af te geven. Hoewel het platform nog geen naam heeft is de code ervan te vinden op Github, dus andere organisaties zouden het ook kunnen gebruiken.

Waarom hebben jullie met zo’n mooi online platform toch gekozen voor hybride evenementen?

Met The Hmm hebben we ervaren dat er in vergelijking met onze fysieke avonden veel meer groeipotentie zit in de online evenementen.  Toch vinden we het belangrijk dat er vragen uit het publiek kunnen komen en er een discussie kan ontstaan – iets dat in een fysieke omgeving vaak makkelijker gaat. Je wil dat eigenlijk online uitbreiden, zeker nu er sinds de coronatijd ook een internationaal publiek naar onze programma’s kijkt. Er zijn mensen uit Berlijn, Tokio en zelfs Australië bij die om 6 uur ‘s ochtends op willen staan. Die mensen wil je niet loslaten.

Daarnaast heeft The Hmm geen vast podium: we programmeren veel in Amsterdam, maar reizen ook het land door. Hoewel Nederland een klein land is, merk je dat je vaak toch slechts een lokaal publiek trekt. De drempel om bijvoorbeeld de trein te pakken naar een andere stad lijkt vaak net te hoog te liggen, qua tijd, maar ook qua geld. Die drempel ontneem je wanneer je ook een online evenement organiseert.

Hoe groot is de interesse voor deze vorm van evenementen in de culturele sector?

Veel organisaties zetten een camera in de zaal, zetten het online, en noemen het een hybride evenement. Dat is volgens mij niet de manier: het is niet gelijkwaardig aan de fysieke ervaring. Wij denken daarom dat het belangrijk is om daar nu onderzoek naar te doen en mee te experimenteren. Het blijft echter ingewikkeld om de online bezoeker op dezelfde manier aan te spreken als de fysieke bezoeker. Bij ons laatste evenement, dat plaatsvond bij MU Artspace in Eindhoven, hebben we het erg letterlijk aangepakt: elke fysieke bezoeker werd met een telefoonnummer aan een online bezoeker gekoppeld, om vervolgens de online bezoeker telefonisch rond te leiden.

Van telefoonverbinding tot zelfontwikkeld platform – welke rol speelt het medium?

Er zouden natuurlijk heel veel dingen mogelijk zijn met VR of andere nieuwe technieken. Die zijn echter nog niet voor iedereen voorhanden, daarom is het interessanter om te kijken welke media er beschikbaar zijn. The Hmm heeft ook een dossier over hybride evenementen gepubliceerd, waarvoor ik Esther Hammelburg heb gesproken over liveness. Zij vertelde dat we eigenlijk ook nog heel veel kunnen leren van televisie voor hybride evenementen. Een ervaring hoeft namelijk niet per se hetzelfde te zijn voor het online en het fysieke publiek. Als voorbeeld hiervan noemde ze Serious Request:  24 uur per dag zitten er radio-dj’s in een glazen huis op een plein, met een heel festival eromheen. Je kan er naartoe gaan en een heel leuke ervaring hebben, misschien zelfs een nummer aanvragen, maar je krijgt niet altijd mee wat er in dat glazen huis gebeurt. Als je er via een scherm naar zou kijken, zie je de gesprekken die de dj’s hebben. Beide partijen hebben hier dus een waardevolle ervaring van dezelfde gebeurtenis.

Een ander voorbeeld is een voetbalwedstrijd. Je hoeft niet per se in een stadion te zitten om het gevoel te krijgen dat je live de wedstrijd aan het kijken bent, dat gevoel kan je ook ervaren wanneer je met je vrienden op de bank zit. Dat laat ook weer zien dat je voor een evenement misschien helemaal niet samen hoeft te komen, maar dat er ook verschillende plekken zijn waar zoiets kan plaatsvinden. Op die manier kan je bijna weer van oude media leren door ze opnieuw in te zetten.

Hoe zit dat wanneer mensen het gevoel hebben dat ze het ook wel terug kunnen kijken, zoals bij Serious Request goed kan? Wat is de meerwaarde van iets online live bijwonen?

Bij een fysiek evenement trek je vaak je mooie kleren aan, je fietst ergens naartoe. Die transitie naar een evenement toe zorgt al voor een soort toewijding, terwijl je online alleen een linkje hoeft te openen. Al die aspecten van het fysieke missen in de digitale wereld . Dan gebruik je je computer ook nog eens voor allerlei andere zaken, waardoor je snel afgeleid bent of pop-ups in beeld komen. Online gelden heel andere regels, ik denk dat we daar nog veel van kunnen leren. Hoe kan je zorgen dat in de online omgeving je publiek betrokken houdt bij je programma? We kijken daarom ook naar welke onderdelen je vooraf al kan doen, of zonder online publiek erbij wanneer dat niets toe zou voegen. Ook denken we niet alleen aan welke sprekers we interessant vinden om uit te nodigen, maar letten we ook op het format van het programma. Je wil dat fysiek en online elkaar aanvullen, in plaats van tegenover elkaar te staan.

‘Ik verbaas me over hoeveel evenementen nog via Zoom of Youtube plaatsvinden, ook van organisaties die publiek geld krijgen’

Gebruiken jullie, naast het eigen platform, nog andere alternatieve tools voor evenementen?

Één van de vijf platformen die we hadden gebruikt bij ons eerste evenement was Jitsi, een alternatief voor Zoom. Ik verbaas me over hoeveel evenementen nog via Zoom of Youtube plaatsvinden, ook van organisaties die publiek geld krijgen. Als je een fysiek cultureel evenement bezoekt kan je daarheen gaan zonder dat je iets inlevert, terwijl dat wel zo is wanneer je via YouTube iets wil volgen. Als publieke instelling kan je van je bezoekers niet verlangen dat zij data afgeven wanneer ze willen deelnemen aan jouw programma. Ik snap dat bijvoorbeeld omroepen daarmee worstelen, het is natuurlijk lastig om jongere mensen zonder dat soort media te bereiken. Maar bij evenementen stuur je vaak een directe link, het is niet dat je spontaan via YouTube bij dit soort evenementen terecht komt. Daarvoor hoeven we dat soort platformen dus eigenlijk helemaal niet te gebruiken om een publiek te bereiken.


Florian van Zandwijk is ontwerper. Voor Het Nieuwe Instituut, een museum voor architectuur, design en digitale cultuur in Rotterdam, bouwde hij mee aan platform ENTER. Het platform is recentelijk gepresenteerd bij designbeurs Salone de Mobile 2021 in Milaan.

Wat is ENTER precies?

ENTER is vorig jaar begonnen, na de eerste lockdown. Het Nieuwe Instituut voelde een verantwoordelijkheid naar het culturele veld: het heeft al veel gepubliceerd over de problematiek van internetplatforms en Big Tech. Er ontstond een behoefte om zelf iets te maken, hoewel dat een nieuw veld is voor het Instituut. Daaruit ontstond de vraag: hoe kunnen we iets maken dat uitgaat van mens-centrale principes? Tegelijkertijd wilden we ook onderzoeken hoe je een platform ontwerpt wanneer je niet uitgaat van een formele set-up, anders dan bijvoorbeeld Zoom. Hoe zou je een eigen platform kunnen vormgeven  als je het voor culturele programmering in zou zetten?

Ik werk voor ENTER samen met drie developers vanuit een soort samenwerking waarin we constant reflecteren op het platform en op onze acties. Het heeft veel verschillende vormen gehad en zal ook nog veel gaan veranderen. We hebben bijvoorbeeld een kunstenaarsresidentie, waar Shiyun Deng momenteel verblijft. Die residentie reflecteert weer op het feit dat je elk moment van de dag ergens in een ruimte kunt zijn, ongeacht waar je fysiek bent. Ze heeft namelijk video’s opgenomen alsof ze aan het videobellen is: in de sportschool, fietsend door de Maastunnel, plekken waar je dat normaliter niet doet. Als je die kamer ingaat, is zij altijd daar.

Het ontwerp van zo’n platform zit niet aan de voorkant, maar voornamelijk aan de achterkant. De code, het framework: er zitten allemaal ideologieën in. Het is interessant om die te bevragen, en daar juist mee te werken.

Hoe past ENTER juist bij hybride evenementen?

Daar is het specifiek voor ontworpen, door een gelijk speelveld te creëren tussen de fysieke bezoeker en mensen thuis. De mensen die het programma volgden deden dat ook via een tv-scherm. Hetzelfde gold voor de sprekers: je kon wel zien of iemand ter plaatse was in Milaan op de achtergrond, maar die mensen belden ook gewoon in.

We hebben ENTER ook gebruikt voor reguliere tentoonstellingen, waarbij men fysiek aanwezig was maar er ook mensen inbelden. Dat was echter meer zoals het journaal een correspondent in beeld brengt en dan weer terugschakelt naar de studio; hier werd dus niet dat gelijke speelveld toegepast. Dat is minder leuk, maar maakt het wel mogelijk dat iemand niet meer hoeft in te vliegen vanuit de andere kant van de wereld.

Ik denk dat je bij elk evenement de afweging moet maken: fysiek, online of hybride? Als je kiest voor hybride, moet het een keuze zijn waar je dubbel het werk voor moet willen doen qua investering in het programma. Waar ik voor wil waken is dat fysieke programma’s gelivestreamd worden, waar iedereen harder moet werken voor hetzelfde of zelfs minder resultaat. Dit was echt een hybride presentatie, dat was ook de kracht ervan.

ENTER werd gepresenteerd op de Salone de Mobile , een Italiaanse designbeurs. Hoe pasten jullie binnen dat traditionele karakter?

Er was ook een architectuurblog aanwezig, en eigenlijk was het grappig om te zien hoeveel raakvlakken er waren met de architectuur. Hoewel ik niet per se fan ben van de directe vertaling van architectuur naar de online wereld, doen we er wel aan mee. Wij hebben ook verschillende ruimtes ontworpen, waar je als het ware objecten in kan achterlaten of aanpassen. Het merendeel van de bezoekers in Milaan kwam niet voor de online cultuur, maar voor design of autonome kunst. We waren dus een dissonant in het geheel, maar dat triggerde wel veel mensen: ook omdat iedereen natuurlijk het hele jaar heeft moeten videobellen. Het viel op dat er weinig werk aanwezig was dat reflecteerde op deze tijd, alsof we onaangetast zouden zijn door anderhalf jaar corona.

Misschien probeert men het te vergeten?

Je hoeft het niet te vergeten. Wanneer je een woord als inclusiviteit in de mond neemt, kan je daar veel associaties mee hebben, maar voor mij is inclusiviteit toegankelijk zijn. Als je online programma’s maakt ben je toegankelijker voor mensen in Groningen, Seoul, of waar dan ook. Het internet blijft een mooie tool om mensen te bereiken die je anders niet zou bereiken. Het is ook mooi hoe bijvoorbeeld docenten makkelijker kunnen lesgeven online.

Wij hebben ook School Scrolls gedaan, hybride evenementen voor educatieve doeleinden. We belden in bij een klas om vervolgens op het digibord te verschijnen, waar we dan een workshop konden geven. We gaven op die manier op meerdere plekken in het land les over het internet, via het internet. Een school uit Utrecht of Hengelo zie ik niet zo snel Het Nieuwe Instituut binnenlopen: dat men het probeert te vergeten, vind ik daarom erg zonde. Het is niet zo flexibel.

Wat maakt ENTER bijzonder ten opzichte van andere open source tools?

ENTER gaat uit van design, in plaats van per definitie onafhankelijk willen zijn. Op ENTER is het oké als dingen niet perfect werken: op een onderzoekende manier kan je ook ergens komen.Ook ambiëren we niet om een alternatief ergens voor te zijn. Het uitgangspunt van design in plaats van functionaliteit is de reden dat we dit zijn gaan doen. Het platform is heel speels; je kan jezelf veel meer toe-eigenen. Als cultureel instituut wil je een cultureel programma kunnen faciliteren, dat vereist andere dingen dan zoiets als Zoom. Als je als culturele instelling zelf iets gaat ontwikkelen, hoe ontwerp je het dan zodat het precies doet wat jij wil?

Hoewel we het platform in Milaan hebben gepresenteerd, bestond het al. Dat het lijkt alsof het voor elk evenement op maat gemaakt zou zijn, is natuurlijk wel wat we willen. Het is de bedoeling dat er ook op de lange termijn functioneel gebruik van kan worden gemaakt door Het Nieuwe Instituut. Dat is mogelijk door het platform in te richten naar eigen smaak, je kan bijvoorbeeld de achtergrond aanpassen.

Hoe houden jullie op ENTER rekening met privacy?

Er wordt niets getracked of getraced. Je moet een naam invullen, maar die is generiek, en bestaat puur om je een naam te geven op het platform. Dat kan natuurlijk ook een andere naam dan je eigen zijn. Voor de livestream- en videostreamfuncties betalen we. We hebben natuurlijk minder zicht op wat er met die data gebeurt, maar het zelf ontwikkelen daarvan is een erg grote investering. Wel moet je je afvragen: waar begint en waar eindigt het, als je dit alles alsnog in Google Chrome gebruikt?

We willen mensen de kans geven om anoniem te surfen. Bij ENTER is je gezicht gewoon weg wanneer je ervoor kiest je camera uit te doen. Bij andere platforms staat je beeld op zwart, daardoor zien mensen dat je er niet bent. Je aanwezigheid wordt dus op een heel andere manier geïnterpreteerd. Hetzelfde geldt voor het feit dat je linkjes of comments kunt verwijderen en achterlaten: de gebruiker kan zichzelf meer toe-eigenen.

Wat is de volgende stap voor hybride evenementen?

Op de korte termijn zal er nog heel veel gestunteld worden, en dat is prima. Nu we weer terug zijn op de werkvloer is online of hybride automatisch de vorm waarin het gegoten zou moeten worden. Op de lange termijn hoop ik dat er vormen ontstaan die minder met beeld en geluid alleen te maken hebben. Iets met een bepaalde actie, een knop kunnen indrukken die iets triggert in de fysieke ruimte: het hoeft geen carnaval te worden, maar je wil een directe relatie tussen online en fysiek waardoor je echt het gevoel hebt dat je ergens bij kan zijn.

Het is belangrijk om veel te experimenteren. Er zullen nieuwe vormen bijkomen, net zoals hybride voor de pandemie nog geen bekend concept was binnen de culturele sector. Je moet in een bepaalde situatie zitten om dat te laten ontstaan. Misschien is de conclusie wel dat het uiteindelijk helemaal niet gaat werken: dat is ook oké.


Klasien van de Zandschulp is interactief ontwerper en kunstenaar. Samen met Natalie Dixon runt ze Affect Lab, waarbinnen ze onder de titel Hybrid Spaces hybride ervaringen vormgeeft. Bij het laatste hybride evenement, The Gossip, werden de deelnemers voorafgaand aan een interactief telefoonspel aan elkaar verbonden.

Wat voor evenementen organiseer je?

Affect Lab creërt projecten die gaan over de relatie tussen mens en technologie, en de invloeden en emoties die daarbij horen. Dit doen we op veel verschillende wijzen, vaak kijken we ook naar gemarginaliseerde community’s. Zo hebben we bijvoorbeeld het project Good Neighbours, waarmee we onderzoek doen naar buurtsurveillance, Whatsappgroepen en deurbelcamera’s. Dit gebeurt met een fictieve buurtpreventiegroep op je telefoon, gemixt met locatietheater. Deelnemers konden in een buurt zelf ervaren hoe je kan worden opgehitst tot paranoide gedrag door deze factoren. maar ook etnische profilering komt aan bod.

Eigenlijk zijn we dus al heel lang bezig met het creëren van een vorm van hybride evenementen. Door corona is onze relatie met de online wereld veranderd. Mensen willen minder snel reizen om een evenement te bezoeken, of überhaupt naar hun werk te gaan. Wij zagen een een mooie kans om met nieuwe vormen te experimenteren, omdat er veel vraag naar is, maar ook omdat er nog niet veel hybride projecten bestaan. We zijn dit jaar met het onderzoeksprogramma Hybrid Spaces begonnen, waarbij we onderzoek doen naar deze omgevingen. De focus ligt op het koppelen van een fysiek en online publiek op een waardevolle manier. We missen het om elkaar te ontmoeten.

Binnen het project Hybrid Spaces ontwerpen en onderzoeken we twee experimenten. De eerste, genaamd The Gossip, is een project waar we al langer aan werken qua technologie. Deelnemers – zowel fysiek als online – konden inbellen en volgden een interactief verhaal via een telefoonlijn. Vervolgens werden ze doorverbonden met een andere deelnemer. Dit was een uitgesproken kans, omdat een telefoongesprek en mooie manier is om mensen aan elkaar te koppelen, zonder dat hier een scherm of camera tussen hoeft te zitten. Bij het tweede experiment willen we mensen fysiek en online met elkaar laten dansen: dat zal plaatsvinden tijdens de Museumnacht bij Tetem in Enschede op 6 november.

Hoe kan je online met elkaar dansen?

Met een app op je telefoon voor fysieke dansers, en via een online omgeving voor online dansers, word je gematcht met iemand die hetzelfde liedje hoort. Je weet echter nog niet met wie. Door de lichamelijke ervaring, dus door te dansen, kom je erachter wie je match is. Het is ook een soort spel: wanneer je je match gevonden hebt voer je een code in en scoor je punten. Aan het eind van de avond is er een winnaar. Je bent steeds met iemand anders aan het dansen, dus het is ook een soort netwerk- of datingtool. We doen dit via open source-platform Jitsi. Je ziet elkaar, maar hoort elkaar niet: via de schermpjes moet je elkaar weten te vinden.

Het project bestaat al langer onder de naam DuoDisco, en later als de online variant Distance Disco. In coronatijd werd het erg populair voor zowel evenementen als  privéfeestjes en bedrijfsuitjes. Op vrijdagavonden openden we voor iedereen een soort café waar je nieuwe mensen kon leren kennen: daar zijn veel vriendschappen uit ontstaan die elkaar nog nooit hebben ontmoet.

Op 6 november gaan we zowel online als in Tetem, een cultureel centrum met hybride tentoonstellingen , een dansvloer maken. Bij Tetem hoort men muziek in de ruimte, die horen dus allemaal hetzelfde. Online ben je een speler: als je op het scherm ziet dat iemand je match is, kan je op je telefoon de code intoetsen. Degene die dat als eerste doet krijgt de meeste punten. Zo zit ook op de dansvloer het spelelement erin. Ook als online bezoeker kan je natuurlijk aan elkaar gematcht worden. Het doel is om te onderzoeken hoe je een online en fysieke danservaring kan creëren die niet voor elkaar onderdoen. We willen nog verschillende vormen gaan testen, bijvoorbeeld om toch iedereen op de dansvloer een koptelefoon op te doen.

Op welke manier kan je ook op de dansvloer het verschil tussen fysiek en online verkleinen?

Naast het delen van verhalen, kan je als online bezoeker delen waar je bent en een beeld geven van je omgeving. Bij dans is de achtergrond een groot onderdeel. Je kan bijvoorbeeld je huiskamer laten zien. Bij Distance Disco-evenementen zag je dat mensen steeds verder gingen: discolampen bestellen, glittergordijnen ophangen. Het huis kan daardoor helemaal geïntegreerd worden in het evenement. Dat doet niet onder aan een disco met een dansvloer: je persoonlijke disco is misschien wel leuker.

Het eerste evenement, The Gossip, ging op een bepaalde manier over intimiteit met vreemden. Hoe was dat voor de fysieke bezoeker, die toch iets minder anoniem kan zijn dan de online bezoeker?

Het evenement was anoniem, je hebt niet elkaars nummer. Daarnaast kan je kiezen om anoniem te blijven, maar ook om alles te delen. Soms vinden mensen het spannend om niet te weten wie er aan de andere kan van de lijn is; anderen worden vrienden. Het is al een keer online georganiseerd, nu was er ook een fysieke component. Dat was interessant: mensen werden ook daar met elkaar gekoppeld, er ontstonden gesprekken achteraf. Het maakt dat je vaak minder durft te delen wanneer je elkaar ziet. Dit was echter niet het geval. Mensen zeiden dat de vorm van het telefoongesprek en de verhalen van anderen die ze in het telefoongesprek te horen kregen hen had geïnspireerd om ook persoonlijke verhalen te delen. Dit leek dus niet minder te zijn dan bij de niet-fysieke deelnemers.

We hebben ook gesproken over dat het misschien een installatie zou kunnen worden, niet gerelateerd aan een bepaald evenement. Een telefoonbooth, hier in Tetem, bijvoorbeeld. Daar zit een tijdselement in, want je bent niet live met elkaar aan het bellen. Dan zou het een paar uur duren voor iemand anders je belt, of iemand zou een bericht voor je kunnen achterlaten. Daar zijn we dus ook nog druk bezig met mogelijke vormen.

Wat viel er op tijdens deze vorm?

Wat er kan gebeuren, en ook is gebeurd, is dat iemand bijvoorbeeld ophangt: dat heb je niet in de hand. De ander is dan teleurgesteld, maar die kon wel een voicemail achterlaten. In de ruimte was het best moeilijk om het te organiseren omdat iedereen moest bellen. Het was wel heel leuk om de echo te horen toen iedereen tegelijkertijd de telefoonbot gedag zegde. Toch moet men een privémoment weten te creëren. Je zou daarvoor bijvoorbeeld hokjes kunnen maken. Het was gelukkig mooi weer, dus door naar buiten uit te wijken konden we dat goed oplossen.

Jullie hebben voor The Gossip gebruik gemaakt van Twitch en van een telefoonverbinding. Hoe hebben jullie voor deze verschillende media gekozen?

Twitch was er puur omdat we onderdeel waren van het Gogbot-evenement en daar waren opgenomen in een livestream. Mensen konden daar inbellen vanaf een plein. Eigenlijk willen we geen livestream, maar gewoon een website waar een tijd en een telefoonnummer opstaat. Twitch hadden we dus alleen gebruikt om een livestream in te zetten met weinig middelen.

We hebben gekozen voor een telefoonlijn door inspiratie van een onderzoek eerder dit jaar naar hybride platformen waar je elkaar kan ontmoeten, maar daar was nog weinig over te vinden. We merkten dat mensen moe waren geworden van schermen. De hele tijd naar elkaar en jezelf moeten kijken heeft natuurlijk een bepaald effect. We wilden dus vooral audio gebruiken, daarom hebben we gekozen voor een telefoonlijn met een interactief audioverhaal en een ontmoeting. Je kan van alles doen: buiten zijn, bewegen, op de bank liggen, en toch nog steeds elkaar kunnen ontmoeten door met elkaar te praten.

Wat we ook mooi vinden is het beeld van een telefoonoperator die mensen met elkaar verbindt. Een foto daarvan hebben we dan ook gebruikt voor het evenement. Uit dat historisch besef hebben we inspiratie gehaald: mensen werden aan elkaar verbonden, door de pandemie was het minder makkelijk om iemand te ontmoeten. Een waardevolle ontmoeting in bijvoorbeeld de kroeg of de trein, gebeurde niet meer. Vanuit het script van de telefoonlijn moest je bepaalde keuzes maken in het verhaal. Dat inspireerde op haar beurt weer tot het vertellen van een bepaald verhaal wanneer je eenmaal aan iemand was gekoppeld: the medium is the message?


Meer weten over hybride evenementen? Klik hier.

Over de geïnterviewden

Lilian Stolk is directeur van The Hmm, een platform voor internetcultuur, en emoji-expert. Ze reflecteert op ons online gedrag en de mechanismen achter Big Tech bedrijven en heeft een speciale focus op internettalen en de opkomst van beeldtaal. Ze schreef Het Zonderwoorden-Boek (2018) over haar onderzoek naar emoji, lanceerde de app Emoji Voter (2019) om emoji te democratiseren en The Hmm werd in 2021 genomineerd voor de Amsterdamprijs voor de kunst, in de categorie ‘Beste werk’.


Florian van Zandwijk is ontwerper en conceptontwikkelaar in het culturele veld, waarbij hedendaagse media, technologie en digitale cultuur op een of andere wijze altijd samenkomen in zijn projecten. 


Klasien van de Zandschulp is de creative director van studio affect lab. Affect lab is een creatief platform en onderzoekspraktijk. Affect lab verschuift perspectieven door middel van design research, culturele inzichten en interactieve verhalen. Klasien van de Zandschulp ontwerpt participatieve ervaringen, waarbij digitale/fysieke en online/offline interacties worden gecombineerd.