Door: Amy de Ruijter

Alternatieve tools staan niet bekend om hun gebruiksvriendelijkheid. Hoewel het open source-aspect vaak belangrijker wordt geacht, speelt design wel degelijk een rol in de toegankelijkheid voor nieuwe gebruikers. Hoe verlaag je de drempel voor het grote publiek, of juist voor specifieke doelgroepen? We spraken Wouter Moraal en Mieke van Heesewijk over het belang van design voor de adoptie van alternatieve technologie.

Wouter Moraal is conceptontwikkelaar en sociaal designer. Naast de ontwikkeling van projecten zoals de Privacydokter, waarmee hij helpt bij vragen over digitale veiligheid, werkte hij in het onderwijs bij onder andere de Utrecht Data School. Voor alternatief sociaal medium Manyverse heeft hij onderzoek gedaan naar het UX design.

Wat is de privacydokter?

Er zijn heel veel mensen, die eigenlijk last hebben van bepaalde zorgen of angsten over hun privacy of digitale veiligheid. Er zijn ook genoeg mensen die zich helemaal geen zorgen maken, maar dan overkomt ze ineens iets: een bankrekening wordt gehackt, of ze worden gephisht. Als je ziek bent kan je naar de huisarts gaan, dan heb je een gesprekje en word je doorgestuurd naar een specialist. Er is alleen niet zoiets als een huisarts voor digitale problemen, hoewel dat eigenlijk dezelfde impact kan hebben op je leven. Het is net als een virus dat je ziek kan maken.

Dat idee wilde ik combineren met het privacyadvies dat ik gaf in het Privacy Café. Daar leerde ik mensen vooral welke tools er zijn om je veiligheid te verbeteren. Mijn broertje werkte toevallig bij de huisarts en dat bleek een geschikte combinatie te zijn. Ik gebruik dezelfde gesprekstechniek als bij de dokter. Wat is de vraag achter de vraag? Je hoort dan vaak over een angst waarmee iemand zit of beperkte kennis over bepaalde technologie. Vanuit daar proberen we samen te kijken wat een passende oplossing is en wat voor tool ik dan kan aanraden.

Speelt design een rol in de problemen waarmee men langskomt?

Deels, bijvoorbeeld bij de toegankelijkheid van alternatieve tools, om de overstap te kunnen maken. Überhaupt zijn veel mensen zich niet bewust van het bestaan van alternatieve tools. Waar ze vaker mee komen is een zorg, dat zou natuurlijk kunnen liggen aan design. Mensen gebruiken veel tools die in de eerste plaats niet zorgen voor veiligheid en privacy – Facebook, Google en YouTube. In de gebruikerservaring zorgen zij er heel bewust voor dat mensen zo min mogelijk privacy hebben. Als je die privacy wel wil, moet je tegen de stroming in zwemmen, op zoek naar een tool waar privacy wél onderdeel is van het design.

Op welke manier kan design die overstap makkelijker maken?

Enerzijds is het waar dat sommige alternatieve tools niet gebruiksvriendelijk zijn, anderzijds is het een vooroordeel dat heerst. Er zijn veel open source tools waar mensen vrijwillig of betaald aan werken en waarvan de broncode vrij te gebruiken is door andere projecten. Men gebruikt deze tools vaak al zonder het door te hebben: de browser Firefox is volledig open source, maar bijvoorbeeld ook WordPress en VLC MediaPlayer. Hetzelfde geldt voor het e-mailprotocol. Er zijn dus best veel succesverhalen die misschien niet zo opvallen, omdat ze weinig doen aan marketing. En dit zijn enkel een paar voorbeelden van de meest wijdverbreide software. Er bestaan ook veel succesvolle open source tools voor meer specifieke doeleinden, zoals office-suites, grafische programma’s, e-mail clients, video editing software, 3d visualisatie programma’s en noem maar op. Als Privacydokter raad ik altijd de website Alternativeto.net aan om dat soort alternatieve tools te ontdekken.

Veel kleine alternatieve tools worden vóór en dóór programmeurs ontwikkeld. Wanneer de community rondom zo’n tool niet divers genoeg is, en er bijvoorbeeld geen niet-technische gebruikers bij worden betrokken, zie je dat de tool minder toegankelijk wordt. Dat vind ik vaak jammer: er wordt veel vrijwillige energie gestoken in een platform, dat vervolgens niet breed wordt opgepakt, terwijl het juist een goede impact zou kunnen hebben op veel mensen. Als ik iets zou mogen zeggen tegen die ontwikkelaars, zou het zijn dat ze een beetje lief moeten zijn voor designers en niet-technische gebruikers.

Je hebt zelf ook meegewerkt aan het UX design voor het alternatieve platform Manyverse. Hoe doet Manyverse dat anders?

Ik heb tijdens de looptijd van het project een halfjaar onderzoek gedaan naar het UX design. Ook heb ik het design getest om de onboarding, de gebruikerservaring voor nieuwe gebruikers, te verbeteren. Manyverse is een sociaal medium waar je gegevens niet op de servers van het medium staan, maar op je eigen apparaat en op die van je vrienden: dat is het unieke aan de backend. Het is een open protocol, genaamd SSB (Secure Scuttlebutt). Je kunt er meerdere tools op bouwen, het wordt dus ook door andere tools gebruikt – Manyverse is daar één van.

Manyverse is mobile-first, dus in de eerste plaats voor mobiele gebruikers ontworpen. Het is voor mij de meest gebruikersvriendelijke tool voor SSB tot nu toe. Wat ik leuk vond is dat je met Manyverse uit het surveillancekapitalisme, eigenlijk het businessmodel van Facebook en Google, zou kunnen breken. Het was dan ook de bedoeling om echt een alternatief voor Facebook op te zetten. De onboarding was vanwege zowel het protocol, als het design, nog niet heel gebruiksvriendelijk. Dat wilde ik verbeteren, zodat het voor meer mensen te gebruiken zou zijn en niet alleen voor technische experts.

In hoeverre zijn gebruikerservaringen gebaseerd op traditionele media en in hoeverre staan ze open voor iets nieuws?

Vaak wordt bij alternatieve tools gedacht: we maken gewoon hetzelfde, maar dan privacyvriendelijk aan de achterkant. Ik denk dat je daar het grote publiek niet mee wint. Het is beter om een specifieke nieuwe groep aan te boren met een betere propositie. Als de enige toegevoegde waarde is dat aan de achterkant je gegevens niet gebruikt worden – iets waar je het grootste deel van de tijd niet bewust van bent – ga je niet de moeite nemen om over te stappen. In de eerste plaats is dit vanwege je netwerk, je Facebookvrienden gaan niet zo snel mee. Facebook is namelijk niet interoperabel met andere systemen. Dat maakt de overstap een stuk moeilijker.

‘Als je ontwerpt voor iedereen, ontwerp je eigenlijk voor niemand’

Het beste is om hiervan los te breken door juist een nieuwe ervaring te bieden: iets tastbaars, gericht op normale mensen en niet de technische experts. In mijn UX onderzoek heb ik geprobeerd aan te tonen welke subgroepen er op zo’n tool zitten te wachten. Er is namelijk een gezegde in de designwereld: als je ontwerpt voor iedereen, ontwerp je eigenlijk voor niemand. Wanneer je je richt op bepaalde groepen die niet per se technische gebruikers zijn, wordt het meteen ook gebruiksvriendelijker voor andere groepen.

Voor welke subgroepen is Manyverse ontworpen?

Het onderzoek en de meegenomen wensen van de SSB-community brachten een paar subgroepen naar voren. Dit waren voornamelijk LGBTQ+ en antikapitalistische mensen. Een andere groep bestond uit mensen die veel geven om privacy in het algemeen, maar we hebben besloten die achterwege te laten omdat zij vooral op zoek waren naar een medium voor het laatste nieuws, iets dat Manyverse niet per se biedt.

Daarna heb ik demografisch onderzoek gedaan: binnen welke leeftijdsgroepen en in welke landen zijn mensen klaar voor een nieuw sociaal medium? Dat waren vooral jonge mensen in landen als de Filipijnen, Brazilië, Nederland en Israël. Eigenlijk kwam vooral de LGBTQ+ groep naar boven. Dit zijn mensen die minder op Facebook zitten omdat ze bovengemiddeld vaak gevaar lopen, maar bijvoorbeeld ook moeilijkheden ervaren met naamsveranderingen. Bij jonge antikapitalistische mensen speelt vooral de afkeer van surveillancekapitalisme.

Er zijn soms ook onverwachte subgroepen die interesse hebben: Manyverse wordt op dit moment gebruikt door solar punk-mensen, die off-grid met zonnepanelen op een bootje of in de bergen leven. Hoewel dit vooral rijke mensen zijn die ervoor kiezen zo te leven, is Manyverse ook heel geschikt voor mensen met minder geld en weinig internetverbinding. De data staat namelijk op een telefoon en daarmee kan ook via andere methodes, bijvoorbeeld Bluetooth of WiFi, verbinding met elkaar worden gemaakt.

We zouden graag willen dat bijvoorbeeld mensen op het platteland in minder welvarende landen ook gebruik gaan maken van Manyverse. We hebben ons echter eerst gericht op groepen met sociaal-economisch kapitaal – de jonge mensen in de steden. Als die het oppakken zullen mensen met weinig internet makkelijker volgen en op die manier ook verbonden kunnen worden met het sociaal kapitaal van de jonge stedelingen.

Hoe worden deze groepen vertegenwoordigd in het design?

In het ontwerp en het testen van de nieuwe onboarding heb ik gekeken wat juist bij deze mensen goed zou passen. Denk aan sociale veiligheid, naamsveranderingen, zelf kunnen bepalen met wie je connect, woordgebruik en kleuren. Ik vind het alsnog belangrijk om wel zoveel mogelijk verschillende stakeholders mee te nemen in het ontwerpproces: primaire stakeholders die bepaalde servers moeten draaien, maar ook stakeholders die op een indirecte manier betrokken zijn. Dat zijn bijvoorbeeld partijen als Google, die je kunnen gaan tegenwerken door het hele ecosysteem over te nemen en er weer een verdienmodel van te maken. We hebben van tevoren de belangrijkste waardes voor Manyverse bepaald, gebaseerd op de waardes van PublicSpaces. Door die waardes met de stakeholders te combineren, konden we van tevoren de risico‘s en kansen van verschillende ontwerpkeuzes in kaart brengen.

Wat is de volgende stap op het gebied van design voor alternatieve platforms?

De designkennis bij alternatieve community’s ligt vooral bij programmeurs die zelf een beetje ontwerpen. Ik zou graag zien dat mensen zich meer aangetrokken voelen bij het deelnemen in de ontwikkelingsfase. Enerzijds moet daar meer ruimte voor worden gemaakt door programmeurs: de expertise van designers zou meer gewaardeerd moeten worden. Anderzijds zouden designers ook meer kunnen denken: hé, deze tool is leuk, laat ik mezelf erbij betrekken en meehelpen met de ontwikkeling. Dat zou zelfs een manier kunnen zijn om als het ware te betalen voor een platform: de inzet om het beter te willen maken voor iedereen.

Wat zal jouw aandeel in dat proces zijn?

Zelf dien ik af en toe een suggestie in voor verbetering of ik meng me in een designdiscussie op het forum van een tool die ik zelf gebruik. Verder zal mijn bijdrage vooral op het gebied van sociaal design plaatsvinden. Ik zou graag willen helpen in de communicatie over alternatieve technologie en het begrijpen van de valkuilen van bestaande technologie. In een creatieve ervaring, bijvoorbeeld een installatie, zou ik mensen de techno-maatschappelijke situatie willen laten zien en tegelijkertijd kunnen tonen hoe het anders kan. Dat is eigenlijk al wat ik doe met mijn projecten: op structureel niveau hoop ik aan die inspiratie en participatie bij te blijven dragen.


Mieke van Heesewijk is programmamanager bij het SIDN fonds, dat innovatieve internetprojecten ondersteunt die meehelpen aan een eerlijker internet. SIDN fonds organiseerde samen met Cultuur Eindhoven de call Techneut zoekt Ontwerper om de twee groepen, die elkaar moeilijk weten vinden, te verbinden, om zo de impact van veelbelovende projecten te vergroten.

Wat doet het SIDN fonds?

Mieke: ‘Het fonds is opgericht door de stichting SIDN, de domeinnaambeheerder van .nl. Nederland staat nummer vijf op de lijst met de meest geregistreerde domeinnamen per land: dat aantal is waarschijnlijk zo hoog omdat we als land vroeg op het internet zaten. SIDN zet zich in voor het technisch beheer van .nl, en de ideële doelstelling achter de stichting is om een open en vrij internet te bewaken. Zeven jaar geleden is het SIDN fonds opgericht om een deel van het geld dat binnenkomt via de domeinnamen terug te geven aan de internetgemeenschap.

Onze doelstellingen zijn drieledig: een sterk internet, empowerment van de gebruiker en tech for good. Tot nu toe hebben we meer dan 600 projecten ondersteund. Voor de laatste doelstelling kiezen we sinds elk jaar een relevant thema meestal in samenwerking met andere fondsen of organisaties. Vorig jaar hebben we bijvoorbeeld ingespeeld op Corona, en het afgelopen jaar op het thema desinformatie.

‘Tijdens evaluatiegesprekken stellen we vaak de vraag: hoe gaat mijn moeder dit gebruiken?’

We geven giften tot €10.000 aan kleine projecten en individuen om een idee tot een prototype te ontwikkelen. Ook geven we grotere giften tot €75.000 om een werkend prototype door te ontwikkelen naar de eindgebruiker. Veel projecten zijn vooral technisch georiënteerd en denken weinig na over hoe een app gebruikt moet worden. Om die reden zijn we vorig jaar het project Techneut zoekt ontwerper gestart, om de weg naar de eindgebruiker te verbeteren. Dat wil je als fonds – anders heb je geen impact.’

Hoe is het project Techneut zoekt Ontwerper van start gegaan?

Tijdens evaluatiegesprekken stellen we vaak de vraag: hoe gaat mijn moeder dit gebruiken? Daar komt vaak geen bevredigend antwoord op. De samenwerking met Cultuur Eindhoven was zeer interessant, omdat zij een groot netwerk van designers hebben. We hebben een aantal projecten geselecteerd die wel wat design konden gebruiken. Het gaat dan niet alleen om UX design, maar eigenlijk wordt het design van het hele project ter discussie gesteld.

Wat houdt design van het hele project in?

Toevallig hebben we gisteren een gesprek gehad met een ontwikkelaar die een project had gebouwd in Solid. Hij wilde vooral het UX design verbeteren. De ontwerpers merkten echter op dat gebruikers in dit geval het concept zelf niet snapten en dat het hele verhaal verteld moet worden door middel van design. Wat is Solid, hoe werkt het en waarom zouden we het willen? De hele propositie van een technisch project moet eigenlijk ontworpen worden.

Er zijn uiteindelijk acht teams bij elkaar gekomen. Een interessant team was bijvoorbeeld Appt, een project waarbij mensen leren hoe ze inclusieve apps kunnen bouwen, toegankelijk voor mensen met een beperking. Een van de ontwerpers was zelf blind en kon het project dus heel kritisch benaderen. Dat heeft voor een heel inclusieve website en app gezorgd.

Het team van PublicRoam, dat veilige WiFi wil verzorgen voor publieke instellingen, was in de eerste plaats gericht op het UX design. Uiteindelijk hebben de ze manier waarop je PublicRoam binnenkomt ontworpen, als een soort fysiek pad met visuals in bibliotheken. De overstap van UX design naar een breder beeld van design is een continue worsteling voor de technologie. Als je een grote doelgroep wil aanspreken, zul je het echter ook groter dan UX design moeten aanpakken.

Is dit specifiek een probleem van alternatieve technologie?

Ja, in de commerciële wereld is er de urgentie om geld te verdienen. Dat zorgt er wel voor dat het design goed aansluit bij de eindgebruiker. Er wordt in de wereld van alternatieve technologie vaak alleen gedacht vanuit technische mogelijkheden, niet vanuit design. De twee gemeenschappen vinden elkaar vaak simpelweg niet. De discussie is belangrijk: zelfs wanneer de ontwerper iets wil wat technisch misschien niet mogelijk is, kan dat bij de techneut een andere blik opleveren.  

In hoeverre is een alternatieve tool meer waard dan het design?

Op basis van mijn ervaring bij het fonds, waar bijna alles wat wij ondersteunen open source is, zie ik heel duidelijk dat alleen projecten met een goed design slagen. Je kan niet meer dan dat vragen van de gewone gebruiker. Zolang design niet wordt meegenomen, zal alternatieve technologie nooit gaan vliegen, maar altijd blijven hangen in de niche groepen waarin we ons begeven.

Naast dat wij van plan zijn om dit project vaker te herhalen, in ieder geval dit jaar en volgend jaar, gaat design ook een rol spelen in aanvragen bij het fonds. Eerst vroegen we niet specifiek om het design en het idee daarachter, maar vanaf nu zal dat een belangrijk criterium worden bij de toekenning van projecten. Je dwingt daarmee techneuten al om samen te werken met designers.

Hoe kan er een duurzame relatie tussen techniek en design ontstaan?

Wij kunnen als klein fonds dat natuurlijk niet allemaal op ons nemen. In open source community’s zal het geagendeerd moeten worden en publiek uitgesproken moeten worden dat design van belang is voor een alternatief internet. Hopelijk sijpelt dat langzaam door, verder de gemeenschap in.

Daarnaast ben ik zelf actief in veel open source community’s – deze werken uitsluitend. Het zijn vaak rigide all male community’s. Ze zijn niet aantrekkelijk voor vrouwen, maar ook niet voor designers, een minder mannelijke groep in het algemeen. Voordat er een nieuw eerlijk internet komt, zal er iets binnen deze gemeenschappen moeten veranderen. Vanuit het fonds proberen we dit te stimuleren. Wanneer het lukt om een goede balans te vinden, schieten de gebruikersaantallen dan ook omhoog. Het is heel logisch.

Het project Techneut zoekt Ontwerper opent op 22 november 2021 een nieuwe call voor designers. Abboneer op de nieuwsbrief van het SIDN fonds om vanzelf op de hoogte te blijven van het project.


Over de geïnterviewden

Wouter Moraal is conceptontwikkelaar en social designer. Door middel van creatieve concepten zorgt hij voor begrip, inspiratie en participatie rondom maatschappelijke en technologische veranderingen. Zo ontwikkelde hij onder andere een bordspel over de risico’s van artificial intelligence en een kaartspel voor beginnende activisten. In de rol van Privacydokter won hij de Hybrid Future Challenge 2020, door te laten zien dat adviseren over digitale veiligheid en privacy ook op een meer menselijke manier kan.


Mieke van Heesewijk is programma manager bij SIDN fonds. Ze studeerde Russische Taal- en Letterkunde, maar haar internet roots liggen bij XS4ALL, de eerste Internet Provider in Nederland. Ze was actief als beleidsadviseur Internet Participatie bij het Ministerie van Binnenlandse zaken, program developer bij Waag Society en mede directeur van stichting Netwerk Democratie. Mieke is medeoprichter van Publeaks.nl, lid van de Raad van Commissarissen bij WPG Uitgevers en eerder voorzitter van Stichting WeMakeTheCity.