Door: Amy de Ruijter

Wanneer het over kinderen en technologie gaat wordt er vaak gesproken over het onderwijs of vierkante ogen door te veel schermtijd.  Wat er na schooltijd op het scherm gebeurt, is minder zichtbaar. De Code voor Kinderrechten richt zich op de ontwikkelaars en ontwerpers van games, websites en andere digitale diensten voor kinderen, om ook hun digitale wereld een betere plek te maken.

In opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties hebben Waag en Universiteit Leiden de Code voor Kinderrechten opgesteld, bestaande uit tien beginselen. Gijs Boerwinkel van Waag vertelt waarom deze code zo belangrijk is. ‘Kinderen begrijpen de regels van technologie nog minder goed dan volwassenen – de makers van die technologie hebben een verantwoordelijkheid om deze jonge groep in het bijzonder te beschermen.’

De tien beginselen bevatten richtlijnen over het ontwikkelen van technologie, van ‘zet het belang van het kind voorop bij het ontwerp’ (beginsel 1) tot ‘voorkom altijd economische exploitatie van kinderen’ (beginsel 8). De beginselen zijn grofweg op te delen in drie categorieën: kinderen horen en centraal zetten in het ontwerp, privacy, economische exploitatie, en het voorkomen van schadelijk ontwerp. Dat laatste houdt bijvoorbeeld in dat technologie niet verslavend mag zijn.

De wet op maat

De code is gebaseerd op het VN Verdrag voor de rechten van het kind. De overige beginselen zijn ook gebaseerd op de rechten in dit verdrag IVRK en andere wet- en regelgeving, zoals de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) en de Wet op de Kansspelen.  Gijs: ‘Economische exploitatie krijgt online een andere inrichting dan offline. Dit gebeurt bijvoorbeeld in de vorm van extra levens kopen in een spel, waarbij ook nog eens een eigen virtuele valuta gehanteerd wordt. Er zijn verschillende dingen die raken aan kinderen in verschillende wetten te vinden: we hebben geprobeerd dit te bundelen en het een slag concreter te maken. Een ontwikkelaar kan dit naast zich houden en tijdens het werk een beter beeld krijgen over waar het mogelijk schuurt met kinderrechten.

‘Kinderrechten kunnen niet het laatste hokje zijn dat nog moet worden afgevinkt’

Het is nog steeds een behoorlijke vertaalslag van een beginsel uit de code naar het ontwikkelen van een app. Het gaat hier dus ook om bewustwording. Door het gebundeld aan te bieden en de hele breedte van het ontwikkeltraject mee te nemen, hopen we het wel makkelijker te maken en kinderrechten bij alle facetten te betrekken. Nu gebeurt het nog dat ontwikkelaars hier pas aan denken wanneer de app af is. Kinderrechten kunnen niet het laatste hokje zijn dat nog moet worden afgevinkt.’

Beeld: Code voor Kinderrechten

Supermarkt van het internet

De code probeert vooral te adresseren dat kinderen een speciaal type gebruikers van het internet zijn. ‘Kinderen krijgen er sinds enkele jaren steeds meer en intensiever te maken, maar zijn tegelijkertijd nog sterk in ontwikkeling. Aan de ene kant kun je de verantwoordelijkheid van een veilig internet niet bij een kind neerleggen. Aan de andere kant wordt de discussie over internetveiligheid en een digitale publieke ruimte vaak tastbaarder voor mensen wanneer je dat mét en óver kinderen voert. Het lijkt wel of men dan pas beseft dat we online best kwetsbaar zijn.

Wanneer je de supermarkt inloopt, heeft bijna elk product een lange reis langs wet- en regelgeving gemaakt, om te checken of het niet schadelijk kan zijn voor onze gezondheid. We zijn bang voor lood in onze appels of voor kip die over de houdbaarheidsdatum is. Zodra het over het internet gaat lijkt de regulering van publieke waardes ineens heel ingewikkeld, terwijl dat net zo hard nodig is – zeker voor een kwetsbare groep als kinderen.’

Parallel hieraan is de Code voor Kinderrechten in contact met de consumentenbond. Geïnspireerd op deze code hebben zij een rechtszaak aangespannen tegen TikTok. Ook de Autoriteit Persoonsgegevens heeft een boete aan TikTok uitgedeeld, omdat de privacyverklaring niet in het Nederlands beschikbaar was. ‘Dit is een partij die ontzettend groot is, en waar vooral kinderen veel tijd op spenderen. Het is belangrijk dat ook deze jonge groep als digitaal consument wordt gezien.’

‘De discussie over internetveiligheid en een digitale publieke ruimte wordt vaak tastbaarder voor mensen wanneer je dat mét en óver kinderen voert. Het lijkt wel of men dan pas beseft dat we online best kwetsbaar zijn’

De technische jeugd

Beginsel 2 van de code is het betrekken van kinderen bij het ontwerp. Hoe dat in zijn werk gaat, weten ze bij Waag: hier is het digitale Fab Lab te vinden, waar met behulp van computers creatieprocessen in gang kunnen worden gezet. In samenwerking met de OBA kunnen kinderen daarnaast in tien verschillende vestigingen terecht bij maakplaatsen, waar ze zelf technologie kunnen creëren en ermee experimenteren.

‘Een app of telefoon is vaak een soort zwarte doos, voor zowel volwassenen als kinderen. Door iets zelf open te maken leer je technologie beter te begrijpen, wat weer leidt tot een kritische blik en vragen durven te stellen. Het creëren van zo’n kritische houding, waarbij een kind het gevoel krijgt zelf iets te kunnen bijdragen, is heel belangrijk voor de toekomst van technologie.’

Van klein naar groot

Hoewel het leuk is om zelf iets te maken, zullen de meeste kinderen nog steeds hun vrije tijd willen besteden aan technologie die is gemaakt door de grote internationale bedrijven. ‘We hebben met veel makers om de tafel gezeten, ook van grote partijen, zoals YouTube. Dat is best moeilijk – de code staat vaak haaks op de modellen van technologieontwikkeling waar zij gebruik van maken, gebaseerd op doorklikken en zo lang mogelijk blijven kijken.

Als maatschappij zijn we onze relatie met technologie aan het herdefiniëren. Nu duidelijk wordt dat een partij als Facebook door en door rot is vanbinnen, zal de rol van het publieke domein ook groter worden. Omroepen of onderwijsinstellingen kunnen het contact leggen tussen kind en technologie, maar er zijn ook steeds meer gameontwikkelaars die een publieke rol willen innemen. Hoewel grote bedrijven ook inzien dat er iets moet veranderen, is het beter om juist die kleine makers een podium te geven.

In de nabije toekomst willen we ons niet alleen richten op ontwikkelaars, maar ook een breder maatschappelijk debat faciliteren, bijvoorbeeld via politieke partijen in Den Haag. Daarnaast willen we de code nog concreter vertalen. Het gaat namelijk niet alleen om het ontwikkelen van eerlijke technologie, maar óók om het ontwikkelen van goed beleid.’


Meer weten?

  • Op 9 december 2021 organiseert de Code voor Kinderrechten een publieksprogramma. Bekijk hier het evenement.
  • PublicSpaces programmamanager Leonieke Verhoog onderschrijft het belang van de code voor kinderrechten, lees hier haar betoog.

Over Gijs

Gijs werkt als hoofd communicatie bij Waag. In deze functie is hij constant op zoek naar nieuwe manieren om interessante doelgroepen bij de onderzoekslabs en projecten van Waag te betrekken.